VVE
De peuterspeelzalen Kris Kras, ’t Woelige Hoekje, Robbedoes, Olleke Bolleke en Nijntje zijn de VVE (voor- en vroegschoolse educatie) zalen van de SKH.
Deze zalen werken volgens de methode Startblokken die aansluit bij de methode Basisontwikkeling die op een aantal basisscholen wordt gebruikt.
De methode Startblokken is gericht op de brede ontwikkeling van kinderen, maar besteedt ook aandacht aan het verwerven van specifieke kennis en vaardigheden.
Centraal staat het bieden van veiligheid en vertrouwen want pas wanneer het kind zich veilig en vertrouwd voelt kan het zich ontwikkelen en staat het open voor betekenisvolle activiteiten. Onder betekenisvolle activiteiten wordt verstaan dat de (spel)activiteiten interessant en uitdagend moeten zijn en aan moeten sluiten bij de belevingswereld van het kind. Bij peuters staat de spelontwikkeling centraal. De leidsters observeren de kinderen zorgvuldig en nemen deel aan de activiteiten.
Bij peuters die extra aandacht en hulp nodig hebben wordt de basis (zelfvertrouwen, welbevinden, nieuwsgierigheid) versterkt. Er wordt gewerkt met thema’s die aansluiten bij de belevingswereld van een peuter. De duur van het thema hangt af van de betrokkenheid van de kinderen. De speelzaal wordt steeds aangepast aan een thema.
Deze thema’s staan vooral in het teken van dagelijkse handelingen.
Zoals bv. de volgende thema’s: “de winkel” “baby’s”, “ziek zijn”, “feest”.
Belangrijk is dat de thema’s de kinderen uitlokken tot spel, het zogenaamde imitatiespel (meedoen met en imiteren van volwassenen), het manipulatieve spel (spelen met voorwerpen en bv. zand en water), bewegingsspel, eenvoudig rollenspel en natuurlijk taal (gesprekken, voorlezen van prentenboeken, liedjes enz).
Dit vraagt natuurlijk een bepaalde manier van werken van de leidsters.
Ten eerste zorgen zij ervoor dat de kinderen zich veilig en prettig voelen in de groep.
Het lokaal is zo ingericht dat de peuters in kleine groepjes aan de (spel)activiteiten kunnen deelnemen. De leidsters bedenken activiteiten die interessant zijn voor de peuters en helpen de peuters met het uitvoeren hiervan. Te denken valt aan plakken, verven, rollenspel, lezen van prentenboeken enz. Deze (spel)activiteiten zullen betrekking hebben op een thema dat de kinderen aanspreekt. Vanuit deze interesse zullen de leidsters steeds een stapje verder gaan om de kinderen zodoende uit te dagen iets te leren. De taalontwikkeling speelt hierbij een belangrijke rol. Door steeds nieuwe woorden toe te voegen en te herhalen, hopen wij dat de kinderen deze woorden overnemen en ze zelf ook actief gaan gebruiken. Uit bovenstaande blijkt dat er veel in groepjes wordt gewerkt. Er wordt bijvoorbeeld in groepjes één groot plakwerk gemaakt. Hierdoor komen individuele werkjes niet meer zo vaak voor.
